Ik wil
Ik wil weer echt
Ik wil weer echt heel
Ik wil weer echt heel een
ik wil weer echt heel eenvoud
Ik wil weer echt heel eenvoudig
Ik wil weer echt heel eenvoudig zijn


Er is alleen de weg,
geen wandelaar, geen gids.
Alleen de weg.

Je ontwaakt tot een gat:
wat is dat?
Een gat.

Wees stil.
De wind vult je vezels.
Er is niets dat beweegt.


Soms zie ik het.
Soms zie ik het niet.
En ik ben radeloos verloren als ik dat zie:
hoe kan ik het niet hebben gezien!
En zie ik het nu
goed?
Gedachtensporen.
Het is zo erg niet;
soms zie ik het,
soms zie ik het niet.


Angst is de stroop,
verzet verscheuring,
mijn lichaam is de sleutel,
ontspanning de maat,
verwijlen bevrijding.


Hoe doe je dat,
loslaten?
Dat is de vraag!
Is dat de vraag?
Is het niet veeleer
wanneer?
Of waar?

Aan het licht
komt een eindeloos ont-
en be-
lasten, tot het
breekt.

Daar!
In het licht.


Wat je ziet
is precies
wat je ziet:
iets vast
is het niet.

Een naadloze stroom
van wat?

Precies dit
ben ik:

forensen in de spits
als wijkende vissen,

wielen op het asvalt
als vallende baren,

ben ik.
Dichterbij
dan ik kan denken.


Altijd gedoe.

Ik dacht ik zoek
een hut zonder
haard en leef
zonder huid.

Het maakt niet uit.

Wie niet vluchten kan
moet staan,
uitstaan.

Altijd gedoe.
Maar staat er wat
naast?


Oceanisch oog,
lidloos.
Alles valt erin,
het kan niet sluiten,
maar trekt een vlies
en ziet ziet niet.

Hoe kan ik iets voor mij verbergen?
Zelfs mijn verdoving is
licht.
Lucide.

Geen tralie dekt ooit de wond.


Als een spin in het web,
als de dood zo stil,
als droge as,
as.

Alles
is hier
samen

als ik er niet ben.

Als ik er niet ben,
ben ik gegeven,
ben ik gekregen,
zoals ik ben.


Vanuit het wijde open
in een wenk van een oog
tot dit weerbarstige lijf
ingedikt.

Daar ligt het dan,
een meter zesenzeventig lang.

Het lijkt op een val in het vaste,
maar komt diep vanuit de buik
en ik ben het niet.

Sterrenviering in een modderplas.


Elke stap
is een stap
in het doodloze

Elke huivering van het blad
ontsluit
wijkende wijdte

Geen wolk
is ooit begonnen
te mediteren;

geen wolk
is ooit daarmee gestopt.


Zie.

Zo
te worden bewogen
door een blad
is ongepast.

Wat?

Dit
is mijn
nalatenschap


Vraag me nu
niet naar een
hiernamaals.

Ik zie geen ander goed
dan dit;

nu is altijd
fris en fruitig

en het verandert
je leven

of je het nu ziet
of niet.


Op slag van

de Grote Transformatie

wil ik zien

zonder te beroeren.

Naast flarden van

geneuzel,

een lichtbad

vol vervoering.

Naast elkaar

en ongehinderd

en en, en

niets sluit.

Niets tot besluit,

alles zo laten.

Categories: Blogs

0 Comments

Leave a Reply

Avatar placeholder

Your email address will not be published. Required fields are marked *